Asset 7Asset 3Asset 4

20 mei 2019 – Leestijd: 5 minuten

“De aandacht voor burgerschap neemt toe, een positieve trend in het onderwijs!” Fijne geluiden vanuit de media nadat afgelopen maand De Staat van het Onderwijs verscheen. Maar een nuance is op zijn plaats: we zijn er nog niet!

In De Staat van het Onderwijs, het jaarlijkse rapport van de onderwijsinspectie, wordt het Nederlandse onderwijs onder de loep genomen: wat gaat goed, wat kan er beter? Dit jaar is de onderwijsinspectie bezorgd over toenemende laaggeletterdheid, segregatie en het lerarentekort. Maar de inspectie ziet dus ook een positieve ontwikkeling: er is meer aandacht voor burgerschap en scholen doen meer aan gelijke kansen. Dit goede nieuws werd direct opgepakt door bijvoorbeeld dagblad Trouw en de NOS, maar zij schetsen een onvolledig beeld. Er moet namelijk nog veel verbeteren aan het burgerschapsonderwijs in Nederland.

Het belang van burgerschap
Het stimuleren van burgerschapsonderwijs kwam de afgelopen jaren steeds hoger op de politieke agenda. In 2006 is de Wet bevordering actief burgerschap aangenomen, die stelt dat alle scholen kinderen actief moeten voorbereiden op een leven in een diverse samenleving. Ook de onderwijsinspectie noemt betrokkenheid bij de samenleving, ook wel socialisatie genoemd, één van de vier kerntaken van het onderwijs. Het belang van burgerschapsvorming is volgens vele instanties evident.

De huidige situatie

Uit De Staat van het Onderwijs blijkt bijvoorbeeld dat Nederlandse veertienjarigen minder burgerschapskennis en -vaardigheden hebben dan leerlingen in vergelijkbare landen om ons heen. Sterker nog: eigenlijk weet niemand écht goed hoe het met socialisatie onder jongeren staat in Nederland. Gedegen, recent onderzoek ontbreekt, terwijl het om een van de kerntaken van het onderwijs gaat!

De Staat van het Onderwijs laat tevens opvallende verschillen in burgerschapscompetenties zien. Naarmate leerlingen uit hogere sociale milieus komen en op de havo of het vwo zitten, hebben ze meer burgerschapskennis, vinden zij politieke participatie belangrijker en hebben zij meer vertrouwen in hun burgerschapsvaardigheden. Burgerschapskennis op het vmbo ligt zelfs lager dan het gemiddeld kennisniveau in het basisonderwijs.

Kansenongelijkheid

Het onderzoek legt daarmee de kansenongelijkheid in Nederland (beangstigend) helder bloot: de ene groep leerlingen is beter uitgerust om mee te draaien in de maatschappij dan de andere groep. Dit terwijl het voor sociale gelijkheid van cruciaal belang is om alle leerlingen een gelijke kans te geven om later te kunnen participeren in de maatschappij. Scholen kunnen hierin het verschil maken: goed burgerschapsonderwijs op álle onderwijsniveaus is essentieel om alle jongeren gelijke kansen te geven.

Scholen die extra in burgerschap investeren, behalen over de tijd ook betere uitkomsten. De onderwijsinspectie pleit daarom al een aantal jaar voor concretere invulling, duidelijkere doelstellingen en verdere ontwikkeling van burgerschapsonderwijs. Gelukkig is hier recent wel meer aandacht voor gekomen. Leraren en schoolleiders bundelden bijvoorbeeld onlangs hun krachten en maakten een ontwerp voor een nieuw curriculum en de regering is bezig met een nieuwe burgerschapswet. Stappen in de goede richting, maar concrete veranderingen laten erg lang op zich wachten.

Burgerschap op het vmbo

Trouw en NOS laten zich in hun reactie op De Staat van het Onderwijs dus positief uit over het Nederlandse burgerschapsonderwijs, maar dat is wel erg kort door de bocht. In de praktijk zijn we nog lang niet op het niveau van vergelijkbare landen én zijn er grote verschillen tussen leerlingen. Er moet dus nog meer aandacht komen voor burgerschap in het onderwijs, in het bijzonder voor leerlingen waarvoor goed burgerschapsonderwijs nu nog niet zo vanzelfsprekend is. Move doet precies dat: het project Move your world ontwikkelden wij bijvoorbeeld speciaal voor het vmbo. Een groep die volgens het onderzoek van de onderwijsinspectie burgerschapsonderwijs het hardst nodig heeft.

Tijdens Move your world bedenken vmbo-leerlingen een actie om iets goeds te doen voor een ander in hun omgeving. Een groep leerlingen uit een vmbo-klas in Nijmegen wilde bijvoorbeeld graag kaarten maken en uitdelen aan ouderen in het bejaardentehuis naast de school; een doelgroep waar zij normaal gesproken niet zo snel mee in contact komen. Een klein gebaar, maar voor deze toch vaak eenzame ouderen het hoogtepuntje van de week. Terug op school vertelden de leerlingen over een dame op leeftijd die “niet had verwacht dat dit haar ooit nog zou overkomen.” Dat raakte de leerlingen, omdat het voor hen maar een uurtje van hun dag kostte. “Eerst durfden we de mensen niet aan te spreken, maar toen we het toch deden was het best leuk dat het lukte,” zei één van de leerlingen achteraf.

Wij merken vaak dat scholieren het in eerste instantie een uitdaging vinden om zich maatschappelijk in te zetten. Uit het onderzoek ‘Burgerschap in het voortgezet onderwijs’ uit 2017 blijkt ook dat jongeren slechts een bescheiden vertrouwen hebben in hun eigen vaardigheden om actief aan de samenleving mee te doen. In een concreet project als Move your world ervaren leerlingen dat het eigenlijk best gemakkelijk is om verschil te maken in je eigen omgeving en maatschappelijk te participeren.

Ontmoeting en eigenaarschap

Een ander belangrijk onderdeel van burgerschapsvorming is dat leerlingen in aanraking komen met mensen van verschillende achtergronden. “Scholen zijn bij uitstek de plaats waar jongeren moeten leren omgaan met verschillen”, schreef de Onderwijsraad in februari, “wanneer daartoe minder gelegenheid is, kan het onderwijs jongeren maar beperkt voorbereiden op een pluriforme en democratische samenleving.” Move is ooit met precies dit doel opgericht: groepen mensen verbinden die elkaar anders lastig tegenkomen in de maatschappij. Het is belangrijk om hier al op jonge leeftijd op in te spelen, daarom doet Move al tien jaar projecten in het basisonderwijs.

Maar alleen verbinden is niet genoeg. “In onze projecten ligt het eigenaarschap en de verantwoordelijkheid bij de jongeren, zodat zij iets heel concreet kunnen bedenken én doen voor hun omgeving. Dit maakt dat je in contact komt met een ander, zijn of haar leefwereld van binnenuit te zien krijgt en dat je trots kan zijn op het gezamenlijk behaalde resultaat. In de huidige maatschappij is dit extra belangrijk omdat polarisatie op de loer ligt en groepen mensen elkaar steeds minder live tegenkomen,” zegt Michiel Bodt, oprichter en directeur van Move.

Op naar beter burgerschapsonderwijs!

In 2019 bereiken wij bijna 8000 leerlingen met onze projecten op de basisschool en het vmbo. Dat zijn in totaal honderden acties waarbij scholieren zich inzetten voor hun omgeving. Wij onderzoeken constant hoe wij onze burgerschapsprojecten nog beter vorm kunnen geven. Ieder kind in Nederland heeft namelijk recht op het beste burgerschapsonderwijs, om later actief te kunnen participeren in de maatschappij. Daarom werkt Move actief samen met scholen, gemeentes, maatschappelijke initiatieven en commerciële partijen. Samen kunnen we een bijdrage leveren aan de burgerschapsvorming van kinderen en jongeren in Nederland. Want de aandacht voor burgerschapsonderwijs mag dan verbeteren, maar er is nog veel meer wenselijk én mogelijk.

Benieuwd op welke manier Move bijdraagt aan betere burgerschapsvorming? Bekijk ook de concrete tips uit onze projecten die elke docent meteen kan toepassen!

Meer weten over burgerschapsonderwijs? Of benieuwd wat we samen kunnen bereiken?

Welkom! De website van Move gebruikt cookies om je een optimale gebruikerservaring te bieden. Door verder te surfen op onze website ga je akkoord met onze cookies.